U bevindt zich @ DGO / Visie

Visie

Om richting te kunnen geven aan duurzame gebiedsontwikkeling in Nederland is het belangrijk dit begrip nader te duiden. Vrij naar de duurzaamheiddefinitie van de commissie Brundtland omschrijven wij een duurzame gebiedsontwikkeling als ‘een ontwikkeling die ertoe bijdraagt dat een gebied in alle opzichten een goede en aangename plek is om te leven, te werken en/of te recreëren zonder afwenteling van problemen naar elders en later. Bij de voorziening van behoeften van bewoners en bezoekers van een gebied is het streven gericht op het sluiten van technische en biologische kringlopen, waarbij energie, grondstoffen en materialen steeds op een hoogwaardige en verrijkende wijze worden (her)gebruikt, nogmaals zonder afwenteling van negatieve effecten naar elders en later. Voorziening van behoeften van bewoners en bezoekers van gebieden wordt voorop gesteld, maar deze behoeften worden niet gereduceerd tot zogenoemde ‘basisbehoeften’ aan voedsel, gezondheid, onderdak, mobiliteit, enzovoorts. Er wordt minstens zoveel belang gehecht aan voorziening van andere menselijke behoeften, bijvoorbeeld aan identiteit en verbondenheid met de eigen leefomgeving, aan toegang tot cultuur, onderwijs en informatie, aan een aantrekkelijk landschap en een vitale natuur en aan verantwoordelijkheid voor en medezeggenschap over de inrichting van het ‘eigen’ gebied.

Deze omschrijving heeft diverse, vaak verstrekkende implicaties voor de duurzaamheidoriëntatie in het omgevingsrecht. We noemen er hier vier.

1. De duurzaamheidoriëntatie verschuift van het beperken van ellende (bv. schadelijke emissies) naar het creëren van waarde in alle domeinen van het leven, te weten: People, Planet, Prosperity en Power. Hierbij wordt dus afscheid genomen van de bestaande praktijk in gebiedsontwikkeling waarbij waardecreatie wordt gezocht in één of twee duurzaamheiddomeinen terwijl de negatieve effecten op de andere domeinen worden afgewenteld, of hooguit ‘gecompenseerd’.  

2. Op milieugebied (Planet) wordt het duurzaamheidstreven gericht op:

  • Realisatie van een energievoorziening die volledig is gebaseerd op het gebruik van hernieuwbare energiebronnen zoals zon, wind en water;
  • Een effectief (her)gebruik van energie, grondstoffen en materialen in technische of biologische kringlopen die zoveel mogelijk op lokaal/regionaal niveau worden gesloten (afval = voedsel);
  • Een voortgaande verbetering van de kwaliteit en veiligheid van de (lokale) leefomgeving gericht op o.a. het creëren van schone en veilige bodems, wateren en lucht.

3. Bij de voorziening van behoeften van bewoners en bezoekers wordt er in gebieden (urbane en rurale), in vergelijking met de huidige situatie, vaak veel meer dan nu het geval is gebruik gemaakt van lokaal en regionaal beschikbare hulpbronnen. Zo zijn er met het oog op een duurzame, ruimtelijk-economische structuur in Nederland vele steekhoudende argumenten aan te dragen voor een vergaande decentralisering van de energievoorziening en regionalisering van de voedselvoorziening.

4. Verder komt de nadruk bij duurzame gebiedsontwikkeling veel meer te liggen op het stimuleren en koesteren van sociale, culturele, economische en ecologische diversiteit in gebieden. Het streven naar sluiting van technische en biologische kringlopen van energie, grondstoffen en materialen veronderstelt bijvoorbeeld vaak een grotere diversiteit van de lokale/regionale economie dan de actuele.